Over het project

1427Hoewel de talen van de wereld bijzonder divers lijken in de ogen van een toevallige waarnemer, blijken ze, bij nadere inspectie, opmerkelijk gelijk op het diepere niveau van de grammatica. Vergeleken met de oneindige verscheidenheid waarop talen hun zinnen zouden kunnen construeren, heeft de onderliggende zinsbouw de neiging tot het clusteren in een beperkt aantal gebieden van de beschikbare ruimte van mogelijkheden. Deze onderliggende gelijkheid heeft geleid tot het idee van de Universele Grammatica (UG), een groep van grammaticale eigenschappen die de grondslag vormt voor en van elke taal. De UG bestaat uit eigenschappen die voor elke taal hetzelfde zijn, de zogenaamde principles. Andere eigenschappen, parameters, kennen per taal een andere invulling, maar er is een eindig aantal mogelijkheden voor deze parametersetting. Aangezien de hoeveelheid parameters en de manieren om ze in te stellen voor elke taal even beperkt is, is variatie tussen talen ook systematisch beperkt.

 

Dit project richt zoch op een van de kernpunten in taalvarariatie-onderzoek: de vraag of het macrovariatie (variatie tussen ongerelateerde talen, zoals het Japans en het Swahili), microvariatie (variatie tussen aanverwante talen/dialecten, zoals het Noorweegs en het IJslands) en diachrone verandering (variatie tussen diachrone stadia van een taal, zoals het Middelnederlands en het Oudnederlands) door dezelfde parameters worden bepaald.

In dit onderzoek wordt specifiek de variatie in het uitdrukken van subject-gezegderelatie, een basisrelatie in menselijke taal. In een zin als ‘hij danst’, beschrijft het gezegde ‘danst’ een eigenschap van het subject ‘hij’. Verrassend genoeg verschillen talen in de uitdrukken van deze fundamentele relatie. Nog verrassender is dat de Nederlandse talen (incluis de Nederlandse dialecten, het Fries, het Negerhollands en het Afrikaans) soortgelijke variaties laten zien in dit gebied, zowel synchroon als diachroon.

Het project stelt zich ten doel te onderzoeken of deze oppervlakkige overeenkomsten tussen  macrovariatie en synchronische en diachronische microvariatie ook aanwezig zijn op een dieper niveau van de grammatica.